We rijden door naar de Haast Pas. Onderweg stikt het op de weg van de dode opossums, buidelratten. Die beesten zijn ooit geimporteerd vanuit Australie, hebben geen natuurlijke vijanden, vermenigvuldigen zich met miljoenen tegelijk en verwoesten oogsten, natuur en de habitat van veel inheemse diersoorten. Ze worden dan ook fel bestreden en de produkten die we het meest zagen waren gebreide kleding met possum fur, hun bont. De wegen zijn overigens prima, en in het hoogseizoen nu zien we zo nu en dan een andere auto of camper  (...)
Helaas is het gaan regenen. In het visitor centre in Haast bekijken we een mooie natuurfilm en we trekken door naar Wanaka. Het landschap wordt heuvelig. De zon gaat weer schijnen en op de camping borrelen we gezellig in de zon. 's avonds eten we in een Thai restaurant.

Maandag 31 december
We gaan naar Lake Wanaka, naar de Puzzling World, een curieus museum/avonturenpark met allerlei kamers met gezichtsbedrog, scheve kamers of gekke technische trucjes en een reuzachtig 3-D doolhof. Dat hebben we maar niet gedaan, het zou iets van 1,5 uur kosten om er weer uit te komen! We genieten van een stralende warme zon voor we doorrijden naar Queenstown. De heuvels worden steeds kalere bergen, met een ontploffing van groen in de buurt van water. Vooral het laatste smalle stuk weg is prachtig.
We doen inkopen in de binnenstad, lopen wat rond bij de haven en genieten van de bedrijvigheid om alles klaar te zetten voor vanavond. Live bands zullen op het grasveld muziek maken tot in de kleine uurtjes. We duiken eerst de Minus 5 Bar in, een diepgevroren bar waar je slechts na het aantrekken van dikke winterjas en -schoenen in beperkte groepjes in mag. En niet onterecht, want het is er zelfs min 7 en bitter koud! Wij nuttigen een drankje maar halen de maximale 30 minuten verblijf niet :-))  Ons te koud, de kids hadden een korte broek aan!! We proberen ergens een tafeltje te krijgen voor rond een uur of 6 maar overal horen we: dat kan alleen als je een heel avondarrangement neemt voor 5 uur (voor veel geld). Hmmm. Uiteindelijk vinden we een plek waar dat niet hoeft en we eten wat op een terrasje in de zon, heerlijk. We genieten op het strandje, zien een prachtige zonsondergang en langzamerhand begint het allemaal steeds drukker te worden.  Rond 9 uur begint de eerste band te spelen en iedereen zit in het gras. We vinden de muziek matig, en proberen een drankje ergens te scoren tot we uiteindelijk in een barretje belanden met goede muziek, waar we echter om 10.15 uur tot onze verbijstering uitgezet worden omdat we kinderen bij ons hebben. Drank en kinderen mogen niet samen...old English law.... We druipen af naar het veld met muziek en kunnen slechts warme chocomel scoren. Op straat wordt niet gedronken, old English law.... Ook de kids vinden de muziek niet te pruimen (terwijl ze de voorgaande 2 jaar in Maleisie tot 1 uur met ons mee dansten) en willen naar de camper. Om kwart voor 12 liggen ze in bed en om 12 uur staan we ietwat beduusd op straat met een fles champi naar het vuurwerk te kijken. Om 12.15 liggen we in bed. Nou moe!

Nog mazzel dat we sowieso naar bed konden, want in heel Queenstown was er geen camperplekje meer voorhanden. Dat was de enige plek die ik had moeten reserveren.... We stonden dus gewoon op straat vlakbij de ingang van een verdergelegen camping, je moet toch wat. Meer mensen hadden overigens dat idee opgevat. Enige nadeel was dat de hele nacht lang dronken torren langs de camper liepen op weg naar hun tent.
Dinsdag 1 januari
Het werd een lawaaiige slechte nacht, en 's ochtends om half 8, alweer wakker geschreeuwd, keken we elkaar aan, schoten onze kleren aan, namen een glas fris en om kwart voor 8 reden we!
Op naar de oostkust, door een dor bergachtig landschap met hier en daar een prachtige woeste rivier (Roaring Meg bijvoorbeeld) en langs talloze wijngaarden: het Otago gebied. We eindigen rond lunchtijd in Waihola, in een kleine (slechte) camping aan een meer. Rik doet een dutje, El leest in de zon en Juul & Pien kijken film. Een rustige middag.
Woensdag 2 januari
We rijden door naar Dunedin, het Edinburgh van NZ, en slapen op Otago Peninsula. We rijden langs een meer met, heel gek, allemaal zwarte zwanen. Rik en ik maken een wandeling richting zee, met een stevige klim! Op de terugweg zien we een bordje van een manuka farm, een soort tea tree farm. Dat wilden we wel eens zien, het stikte er inderdaad van de tea tree bomen. Dat viel tegen want er woonde slechts een verlopen hippie. Terug bij de camper kregen we bezoek van heel tamme eenden die ons brood zowat uit de camper kwamen halen! Onze camperburen bleken Nederlanders te zijn waarmee we gezellig zijn gaan eten in de dorpskroeg.
Donderdag 3 januari
Vanmorgen regent het pijpestelen. We hebben dan ook geen zin in Dunedin Castle, een volgens die Nederlanders tegenvallend kasteel ("voor dat geld, en dan nog in de steigers ook") met wel een mooie kasteeltuin. Maar niet in de regen dus. Het is 3 kwartier rijden naar Dunedin en ondertussen klaart het op. We shoppen wat, en gaan naar Cadbury World, de wereldberoemde chocoladefabriek, voor een rondleiding. Helaas valt die wat tegen. Geen demonstratie chocolade maken, maar wel een filmpje met proefpakketje en een heeeel grote winkel vol chocolade voor bijna niks!!!!!!!!! Pien gaat nog even op de trap op de grond liggen waarna we nog wat extra chocolade toegestopt krijgen. Toch handig, zo'n kind. Na een bezoekje aan het mooie station van Dunedin gaan we terug naar Otago, naar de camping, echter niet zonder bij het uitparkeren even een achterlichtje van onze buurman aan te tikken. He, wat flauw nou. We wachten wat, maar ja, dat kan nog wel even duren, dus we laten braaf naam en adresgegevens achter....

Van 4.15 tot 10 uur hebben we een ecotour geboekt. Strakblauwe lucht inmiddels. We gaan eerst naar het Royal Albatros centre, waar we een uitleg, filmpje en rondleiding krijgen over de daar nestelende albatroskolonie. Die nestelen maar op een paar eilandjes in de oceaan, en dus hier, als enige plek op het vasteland. Wat een gigantische beesten, hebben een spanwijdte van 3 meter! Vanuit het uitkijkpunt zien we ze voor onze neuzen zweven, en een stel is aan het nestelen, in de beukende wind. Daarna rijden we naar het strand, waar de (volgens de boekjes) schuwe yellow-eyed penguins nestelen en rondhuppelen. Die zijn vrij zeldzaam. Met veel geklim en afdalen komen we bij het strand terecht, waar er gewoon 2 op ons staan te wachten en te poseren! We klikken de ene foto na de andere. Op naar het observatiepunt. En dan zie je ze, haha, uit de zee zwemwandelen, en je kunt ze met je verrekijker volgen tot ze de begraste heuvels op gaan naar hun inmiddels bijna volgroeide jongen. Die zijn donzig bruin en een kop groter dan hun ouders. Nooit geweten dat pinguins iets met grasheuvels hadden.... Terug de berg opgeklommen naar de bus, en toen toch nog maar weer even naar beneden aan de andere kant van de berg, om de zeeleeuwkolonie te bewonderen. Veel jongen, veel beesten, woeste zee. Mooi. Moeilijk foto's maken met die sterke wind!